aanbod openbaar vervoer: januari 2017
milieuprestatie bussen: augustus 2016
vraag openbaar vervoer: mei 2015

dinsdag 19 november 2013

Op het platteland woont 20% niet nabij ov

Voor 33% van alle inwoners is zowel een station als frequent (> 4 maal per uur) stad- en streekvervoer op loopafstand aanwezig is. Voor arbeidsplaatsen is dit ruim een kwart. Het percentage mensen dat geen enkele vorm van openbaar vervoer op loopafstand heeft bleef in 2015 net als in 2014 stabiel met 7,6%. Dit ondanks de vermindering van het aantal stad- en streekvervoerhaltes. Maar dit laatste percentage varieert naar mate van verstedelijking. Op het platteland woont 20% niet nabij een openbaar vervoer halte. In Arnhem-Nijmegen rijden de schoonste bussen rond in 2016.
In dit dashboard zijn de laatste cijfers over de milieuprestatie en het aanbod aan ov per gemeente gepresenteerd. Iedere gemeente kan hiermee direct zien hoe zij scoren ten opzichte van andere gemeenten en per stedelijkheidsgraad

De beschikbaarheid van het openbaar vervoer hangt nauw samen met de nabijheid van bus-, tram-, metro-, en treinhaltes.
Tot voor kort werden vaak vuistregels gehanteerd voor de nabijheid van haltes (zie kader vuistregels over nabijheid). Daar kunnen we tegenwoordig vraagtekens bijzetten. OV autoriteiten moeten een afweging maken tussen snelheid, nabijheid, kosten en nog tal van andere factoren zoals duurzaamheid, toegankelijkheid, sociale functie, bezettingsgraad en andere vormen van vervoer. Wel blijft nabijheid een factor die van invloed is op het gebruik van het openbaar vervoer.

Een halte in Haarlem.

Huidige vuistregels over nabijheid:
De afstand van woningen tot een halte is vaak nog gebaseerd op regels die in het verleden zijn opgesteld maar niet meer altijd passen bij de huidige inzichten. Voor metro’s en hoogwaardig openbaar vervoer is een invloedsgebied van 700 tot 1000 meter gebruikelijk, voor overige bus- en tramlijnen van 400 tot 500 meter. Ook wordt gerekend met een aanvaardbare looptijd van 10 minuten of, op aantrekkelijke routes, zelfs tot 30 minuten. Het wegwerken van barrières en het maken van doorsteken, vergroot het haltebereik. In situaties waar de fiets een rol speelt in het voortransport wordt een fietstijd van circa 10 minuten geaccepteerd. De aanwezigheid van goede stallingsvoorzieningen leidt ertoe dat meer mensen de fiets gaan gebruiken. (zie voor meer informatie: ASVV 2012, ov en voetgangersvriendelijkheid versterken elkaar en beloopbare afstanden)

Nabijheid inwoners

Van alle gemeenten heeft de gemeente Heerde de geringste ov-beschikbaarheid: in 2015 had 53 procent van de inwoners heeft geen ov binnen 500 meter (of trein binnen 2000 meter). Ook in Baarle-Nassau (44), Sint Oedenrode (44), Druten (42) en West Maas en Waal (41) is het aandeel hoog. Deze gemeenten bieden echter wel alternatieven aan:
  • Verschillende gemeenten hebben snelle lijnen met haltes in het hart van de hoofdkern, zoals Heerde naar Apeldoorn en Zwolle; Druten naar Nijmegen en ’s-Hertogenbosch; Sint Oedenrode naar Eindhoven, ’s-Hertogenbosch en Oss; BaarleNassau naar Breda. Met een straal van 1000 meter valt de hoofdkern er bijna helemaal binnen. 
  • Inwoners van meerdere kernen moeten lopen of fietsen naar een (provinciale) weg aan de rand van de bebouwing, of naar een weg op iets grotere afstand. 
  • Diverse kleine kernen hebben een buurtbus. 
  • Slechts een enkele kleine kern heeft geen ov, zoals Horssen. 
  • In alle vijf gemeenten rijdt ook de Regiotaxi. 
Opvallende "stijgers" zijn Epe en Ommen. Hier stegen het aantal mensen zonder OV op loopafstand van 38 naar 46% (Epe) en van 36 naar 42% (Ommen). In verschillende gebieden is in 2014 en 2015 de ov-beschikbaarheid met de nieuwe dienstregeling gedaald. In Zeeland en Drenthe leidde dat tot veel persaandacht. Of en hoe de dalende ov-beschikbaarheid moet worden opgevangen is een kwestie van maatwerk. Er zijn tal van alternatieven, zoals goede fietsvoorzieningen tussen kern en ov-halte, de Overstapper in Fryslân, de dorpsauto van Boerdonk, de Wensbus in zes kernen in Limburg of het app-gestuurde ov van de Texelhopper die continu nieuwe ritcombinaties berekent.

Uit de opsomming hierboven blijkt dat het lastig is om een goede indicator te geven voor de bereikbaarheid per ov. We laten daarom nu geen top-10 van gemeenten zien, maar volstaan met het geven van een overzicht van het gemiddeld percentage inwoners per stedelijkheidsgraad dat bij een halte in de buurt woont:


inwoners zonder ov 2015
stedelijkheid


aantal zonder ov
totaal inwoners
percentage
groei
2003-2015
aantal
gemeenten
zeer sterk
16051
3396584
0,5%
0,0%
13
sterk
106574
4676273
2,3%
0,4%
56
matig
229557
3303690
6,9%
0,4%
79
weinig
583322
3685171
15,8%
-1,5%
142
niet
342434
1697962
20,5%
-0,6%
94

Totaal
1284895
16899005
7,6%

384

Bovenstaande tabel laat zien dat naarmate een gemeente minder stedelijk is er minder mensen bij een ov-halte in de buurt wonen. Uit de tabel blijkt ook dat in matig en sterk stedelijke steden steeds minder mensen bij een ov-halte wonen. Dit kan het gevolg zijn van samenvoeging van gemeenten, groei van gemeenten op plekken waar minder of geen ov haltes zijn en van het verdwijnen van ov-halten. De afname van het aantal inwoners zonder ov in weinig en niet verstedelijkte gemeenten komt waarschijnlijk grotendeels door de krimp in deze gemeenten.

Graag willen we meer weten over de haltes die verdwenen. Hoeveel mensen gebruikten deze halte? Gebruiken die nog steeds het ov? Kunnen en gaan ze op de fiets naar een volgende halte? Is de snelheid van het ov toe- of afgenomen? Zijn er andere vervoersopties voor hen?
Hier zijn helaas geen gegevens over beschikbaar. De huidige modal split cijfers zijn veel te globaal om iets over de vervoerwijzekeuze op dit detailniveau te zeggen.

Nabijheid werknemers

Er is ook gekeken naar de beschikbaarheid van ov voor werknemers. Uit de volgende tabel blijkt dat ook in de zeer sterk stedelijke gemeenten er minder ov beschikbaar is voor woon-werk en zakelijk verkeer dan voor inwoners:

banen zonder ov 2015
stedelijkheid
aantal zonder ov
totaal banen
%
aantal
gemeenten
Zeer sterk
70488
1660801
4,2%
13
Sterk
134738
1978435
6,8%
56
Matig
198366
1315812
15,1%
79
Weinig
262578
1152498
22,8%
142
Niet
104738
426393
24,6%
94

totaal
778983
6604984
11,8%
384

Meer informatie over ontwikkelingen van de ov beschikbaarheid op landelijk niveau en per provincie vindt u bij het Compendium voor de Leefomgeving.
Onderaan deze paragraaf ziet u hoeveel mensen in uw gemeente bij een halte in de buurt wonen en werken.

Frequentie
Per gemeente is het aantal aanwezige halteclusters voor bus, tram en/of metro berekend. De halteclusters zijn zodanig gedefinieerd dat haltepalen die op een hemelsbrede afstand van maximaal 50 meter van elkaar gelegen zijn, in een en hetzelfde cluster zijn opgenomen. Hierdoor zullen haltes aan weerszijden van de weg, bedoeld voor de heen- respectievelijk de terugrichting van een bepaalde lijn, veelal tezamen één haltecluster vormen. Evenzo zullen alle haltepalen op een bepaald busstation normaliter tezamen één haltecluster vormen.

Langs een haltecluster rijden bussen met een bepaalde frequentie. In Eindhoven ligt het haltecluster met het meeste aantal ritten in een week. De laagste scores liggen in de buurt van 200 ritten, dat wil zeggen over de gehele week gemiddeld 1 à 2 ritten per uur op het meest bediende haltecluster.
Bushalte Station Eindhoven. Het haltecluster waar de meeste ritten per week rijden. 

Over het gehele land is de gevonden verdeling naar frequentieniveaus als volgt:
Niveau
Frequentieniveau
Gemiddelde van alle halteclusters in Nederland dat aan dit niveau haalt in 2013
I
minstens 1200 ritten per week
7 %
II
700-1200 ritten per week
9 %
III
350-700 ritten per week
21 %
IV
240-350 ritten per week
12 %
V
100-240 ritten per week
37 %
0
minder dan 100 ritten per week
15 %


Naast de gemiddelde frequentie kun je ook kijken naar de frequentie in de avonduren of in het weekend. Bij sommige clusters rijden met name in de spits bussen langs, bij anderen is sprake van meer spreiding over de dagdelen en/of over de dagen. Deze zogenaamde weekspreiding verschilt per gemeente. Gemiddeld geldt in Nederland de volgende verdeling van de weekspreiding van de halteclusters:








Weekspreiding indicator
niveau
Gemiddelde van alle halteclusters
in Nederland dat dit niveau haalt in 2013
Spitsspreiding
meer dan 200 ritten per week op spitstijden
17%
Dagspreiding
meer dan 60 ritten per week op werkdagen na 21.00 uur
69%
Avondspreiding
meer dan 30 ritten per week op werkdagen na 21.00 uur
36%
Zaterdagspreiding
meer dan 32 ritten op zaterdag
43%
Zondagspreiding
meer dan 30 ritten op zondag
35%


De ‘spitsspreiding’ wordt het minst vaak gehaald, maar deze vereist dan ook een relatief hoge frequentie en flinke reizigersvraag. De ‘dagspreiding’ wordt in vele gevallen wel gehaald. Aan de criteria voor de ‘avond- zaterdag- en zondagspreiding’ wordt minder vaak voldaan.

Hoewel we hier spreken over het halen van een niveau, is het net als bij het aantal mensen dat nabij een halte woont de vraag wat dit zegt over de werkelijke bereikbaarheid. Ook hier tonen we daarom geen top10. Wel constateren we dat er vrij grote verschillen tussen gemeenten optreden. In grote en verstedelijkte gemeenten halen meer halteclusters het niveau. In onderstaande tabel zijn de verschillende niveaus van weekspreiding en frequentie gemiddeld. Hoe groter de gemiddelde spreiding en hoe hoger de frequentie, hoe groter de kans op een willekeurig moment op een willekeurige dag een bus aan te treffen:

kwaliteit aanbod bussen

Stedelijkheid*
gemiddelde
weekspreiding** bussen
gemiddelde frequentie verdeling bussen**
aantal
gemeenten
zeer sterk
66%
63%
14
sterk
53%
56%
58
matig
36%
46%
78
weinig
29%
42%
151
niet
21%
37%
108
gemiddeld
33%
44%
409

*) een definitie van stedelijkheidsgraad vindt u 
hier
**) de gemiddelde weekspreiding is het gemiddelde van de spitsspreiding, dagspreiding, avondspreiding, zaterdagspreiding en zondagspreiding. De gemiddelde frequentieverdeling is het gemiddelde van de hiervoor genoemde frequentieniveaus, waarbij het niveau 'meer dan 1200 ritten per week' een factor 6 zwaarder meeweegt dan het niveau 'minder dan 100 ritten per week'. 
Hoe groter de gemiddelde spreiding en hoe hoger de frequentie, hoe groter de kans op een willekeurig moment op een willekeurige dag een bus aan te treffen.

De belangrijkste kenmerken per gemeente vindt u in :


U vindt alle cijfers in het databestand bij de dashboards

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen